Meer
dan
6000
kinderen
hebben
we
in
de
afgelopen
week
het
dertig
jaar
oude
verhaal
van
Alfred
Jodocus
Kwak
verteld.
Het
is
een
feest
van
begin
tot
het
eind.
Een
poppenkast
met
muisstille
momenten.
Het
Residentie
Orkest
tokt,
schreeuwt
en
leeft
met
ons
mee,
onder
leiding
van
de
bevlogen
dirigent
Josep
Vicent.
"Ons"
is
Gaëtane
Bouchez,
Boy
Ooteman
en
ik.
Dieuwertje
is
onze
steun
en
toeverlaat
achter
de
schermen.
We
vertellen
een
verhaal
over
Zonderwaterland,
waar
bijna
geen
water
meer
is
om
je
snavel
mee
te
poetsen,
zo
weinig
zelfs
dat
sommige
dieren
van
dorst
dood
gaan.
Alfred
en
Henk
willen
een
kanaal
graven
van
Grootwaterland
naar
Zonderwaterland
om
die
dieren
te
helpen.
Alfred
spaart
geld,
maar
als
hij
de
goudstukken
heeft
die
nodig
zijn
om
het
project
te
bekostigen
komt
de
koning
erachter
dat
zijn
schatkist
bijna
leeg
is.
Hij
draagt
zijn
bode
op
Alfred
zijn
geld
te
lenen.
Het
“niet
doen,
nee!”
van
de
kinderen
is
oorverdovend.
Ik
zie
sommige
orkestleden
achter
me
oordoppen
in
doen.
Alfred
waggelt
naar
het
paleis
om
zijn
geld
terug
te
halen,
onderweg
komt
hij
een
vos
tegen
die
hem
op
wil
eten.
Oordoppen
voor
het
orkest.
Woorden
kunnen
niet
beschrijven
hoe
het
is
in
de
huid
van
de
wereldberoemde
eend
te
mogen
kruipen.
Een
uur
lang
stel
ik
me
voor
dat
ik
hem
ben,
de
eend.
Maar
als
het
zaallicht
aan
gaat
zie
ik
ze
zitten.
Twaalfhonderd
Alfred
Jodocus
Kwakken.
Als
het
aan
hun
ligt
heb
je
niets
aan
geld,
als
je
niet
kan
zwemmen.
Als
zij
de
koning
waren
pakten
ze
hun
gouden
schepje
om
mee
te
graven.
Na
afloop
drink
ik
een
bekertje
water,
dankbaar,
uitgeput
en
een
tikkeltje
trots.
